Commissie Naamgeving

De Commissie Naamgeving adviseert het college van burgemeester en wethouders gevraagd en ongevraagd over het gebruik en de keuze van namen voor de openbare ruimtes in de stad; van namen voor pleinen, straten en wegen tot namen voor wijken, plantsoenen en ligplaatsen.

Doel en activiteiten

Het is een wettelijke taak van de gemeente om objecten en openbare ruimtes van een kenmerk te voorzien. Het gaat dan vooral om adressen en huisnummers. Naast die wettelijke taak mag de gemeente vrij namen geven aan bijvoorbeeld wijken, buurten, bouwblokken en gebouwen. Openbare gemeentelijke gebouwen moeten een naam krijgen.

Het belang van goede naamgeving

Adressen vervullen een onmisbare functie in het maatschappelijk verkeer. Niet alleen voor politie, brandweer, de post en ambulancebedrijven, maar ook voor bijvoorbeeld makelaars, advocaten, notarissen, het bedrijfsleven en de overheid; een groot deel van de overheidsregistraties is bijvoorbeeld geordend op adressen. Al deze instellingen en mensen kunnen hun werkzaamheden vaak niet uitvoeren zonder kloppende adresinformatie. Ook u als burger heeft belang bij goede adressering van uw woonverblijf. U wilt toch ook vindbaar zijn? 

Namen geven

De manier van naamgeving is vastgelegd in verordeningen en uitvoeringsbesluiten. Namen voor de openbare ruimte ontstaan niet zomaar. Er moeten namen worden bedacht. Daarbij moeten deze namen aan allerlei eisen voldoen. Zo moeten de namen bijvoorbeeld bruikbaar zijn in de spreektaal en uniek zijn in de gemeente. Omdat het geven van een goede naam zo belangrijk en ingewikkeld is, is de Commissie Naamgeving in het leven geroepen. 

Straatnamenregister

De namen worden vastgelegd in een straatnamenregister: alfabetisch (XLS, 0,8MB) of per buurt  ( aanvulling straatnamenregister (PDF, 50kB)). In dit register wordt niet alleen de straatnaam vastgelegd, maar staat ook waar die straat precies ligt en wat de betekenis en/of achtergrond van de gekozen naam is.

Samenstelling

De commissie Naamgeving bestaat uit maximaal 7 leden. De leden hebben verstand van aardrijkskunde, cultuurhistorie, cultuur, archeologie, geschiedenis en/of stedenbouwkunde. De commissie benoemt 1 van de leden tot voorzitter. De vergaderingen van de commissie, de verslagen en de adviezen zijn openbaar.

Beoordeel deze pagina