Stedelijke programmering woningbouw

In 2010 heeft de gemeenteraad de stedelijke programmering woningbouw voor de periode 2010-2014 vastgesteld. Dat is gebeurd door zogenaamde brandpunten aan te wijzen (gebieden waarin woningbouwprogramma prioriteit heeft) en aanvullende kaders vast te stellen waaraan nieuwe plannen moeten voldoen. Op basis van dit raadsbesluit heeft de gemeente haar grondposities in diverse projecten afgeboekt.

De stedelijke programmering woningbouw moet opnieuw worden bezien. Dit is nodig omdat de huidige (harde) programmering afloopt en een herijking aan de raad is toegezegd en is opgenomen in het Coalitieakkoord 2014-2018. Maar de belangrijkste reden voor een herijking is dat er sprake is van een aantal ontwikkelingen, die van directe invloed zijn op de programmering. Het gaat daarbij om:

  • de regionalisering van het woonbeleid en de bouwprogrammering,
  • de gevolgen van toenemende vraag naar herbestemming van leegstaand vastgoed
  • de gevolgen van de Novelle herzieningswet voor de mogelijkheden van de corporaties,
  • de ontwikkelingen op het gebied van wonen en zorg / extramuralisering,
  • de discussie over het beleid op het gebied van woningsplitsing en
  • de veranderende behoefte in de studentenhuisvesting. 

Wat doet de gemeente ?

De nieuwe stedelijke programmering woningbouw baseert  zich op de actuele marktsituatie en de  toekomstige  woningbehoefteontwikkeling, zowel kwalitatief als kwantitatief. Dit moet ervoor zorgen dat het woningaanbod van de stad beter overeen komt met de verwachte behoefteontwikkeling. Ook wordt  aansluiting  gezocht met de structuurvisie wonen Zuid-Limburg om de planvoorraad terug te dringen en zo grootschalige leegstand te voorkomen. 

Resultaat: 

  • een nadere invulling van de stedelijke programmering woningbouw voor de jaren 2016-2020 
  • een (nieuwe) strategie voor de programmering vanaf 2020-2030 
  • een nieuwe woonmilieukaart
  • bijbehorende financiële en planologische vertaling waarin de nodige flexibiliteit aanwezig is om te kunnen inspelen op niet-voorziene (markt)ontwikkelingen en omstandigheden. 

Samenhangende besluitvorming van de stedelijke programmering en de structuurvisie wonen Zuid-Limburg is voorzien in de raad eind 2015/begin 2016.

Wat merkt de inwoner?

Via de stedelijke programmering woningbouw wordt vastgesteld op welke plekken in Maastricht nog nieuwbouwwoningen kunnen worden toegevoegd en worden kaders vastgelegd voor het toevoegen van woningen via herbestemming of woningsplitsing. Er worden afspraken gemaakt met partners (corporaties, projectontwikkelaars) over het type woningen dat toegevoegd wordt. Als u een nieuwe woning wilt realiseren of betrekken in Maastricht worden de mogelijkheden daartoe via de stedelijke programmering bepaald.
Als u reeds een huur- of koopwoning in Maastricht bewoont is de stedelijke programmering ook van belang. Door de stabiliserende bevolkingsomvang is de vraag naar woningen nog maar beperkt, terwijl er nog veel plannen zijn om woningen toe te voegen. De balans tussen vraag en aanbod herstellen is belangrijk om leegstand te voorkomen en te zorgen voor een betere aansluiting van het woningaanbod op de vraag, bijvoorbeeld meer levensloopbestendige woningen en (betaalbare) huurwoningen. Deze stedelijke programmering moet er dus voor zorgen dat alle inwoners in alle levensfases een geschikte woning kunnen blijven vinden en dat de leefbaarheid in woonwijken op peil blijft door  het voorkomen van grootschalige leegstand en het blijven vernieuwen van de woningvoorraad in samenwerking met woningbouwcorporaties en particuliere eigenaren. 

Wie zijn de partners in dit project?

Deze programmering wordt opgesteld in nauwe afstemming met partners, waaronder de woningbouwcorporaties en grote private partijen. Ook met de Provincie Limburg en andere gemeenten in Zuid-Limburg is regelmatig afstemming. In aanloop naar de besluitvorming zullen ook huurdersverenigingen, woningeigenaren en belangengroepen worden betrokken.