Nieuw gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid

Snellere opvang van zwaargewonde dieren en een chipactie voor honden en katten. Dit zijn opvallende punten uit de nieuwe nota dierenwelzijnsbeleid dat op verzoek van de gemeenteraad is opgesteld. Het nieuwe gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid moet leiden tot een betere samenwerking tussen de betrokken organisaties en meer duidelijkheid voor burgers over waar men terecht kan met een al dan niet gewond zwerfdier.

Integrale aanpak

Veel Maastrichtenaren bezitten een huisdier of beleven plezier aan de dieren in de verschillende kinderboerderijen of in de vrije natuur. Al deze dieren hebben recht op bescherming en zorg in geval van nood. Daarom is er op verzoek van de gemeenteraad een nieuw dierenwelzijnsbeleid opgesteld. Naast de vraag van de raad is ook de nieuwe wet- en regelgeving voor dieren en het verder verbeteren van de samenwerking tussen de betrokken organisaties aanleiding om tot nieuw beleid te komen. 

In overleg met de verschillende dierenorganisaties in de stad – o.a. de Dierenambulance Limburg Zuid, de Dierenbescherming Limburg, de Dierenpolitie en de gezamenlijke dierenartsen – is dit beleid opgesteld. 

Daarbij is het gevoerde beleid van de gemeente Maastricht over de afgelopen jaren geëvalueerd, zijn de knelpunten in kaart gebracht en is er een nieuw protocol opgesteld voor het vervoer en opvang van (zwerf)dieren. Dit moet leiden tot een integraal, breed gedragen gemeentelijk dierenbeleid dat in de praktijk goed functioneert en voor de burger helder is. 

Nieuw protocol vervoer en opvang

Momenteel zorgt de Dierenbescherming voor het transport en opvang van gewonde of gevonden honden en katten. De Dierenambulance Limburg Zuid zorgt voor het transport van alle andere gewonde of gevonden dieren. Bij het ophalen van een zwaargewond dier wordt de samenwerking verder verbeterd. Om ervoor te zorgen dat de hulp aan een zwaargewond dier niet vertraagt door onduidelijkheid over waar het heengebracht moet worden en wie de rekening betaalt, is er een nieuw protocol opgesteld en een noodfonds opgericht. Op het moment dat een zwaargewond dier wordt aangetroffen belt de vinder de dierenpolitie via 144 Red een Dier. Die schakelt vervolgens de juiste organisatie in voor medische behandeling en vervoer naar een dierenarts of opvangcentrum. De kosten voor eerste hulp en opvang worden in eerste instantie uit het noodfonds betaald. Zodra de eigenaar is getraceerd worden deze kosten op de eigenaar verhaald. 

Chipactie voor minima

De gemeente heeft een zorgplicht om gevonden dieren (die vermoedelijk een eigenaar hebben) minimaal twee weken op te vangen en te verzorgen. Belangrijk is het dat gevonden huisdieren zo snel mogelijk teruggaan naar de eigenaar. Dit gaat sneller als het huisdier voorzien is van een chip. Er wordt een speciale chipactie opgezet waarbij honden en katten van huishoudens met een minimum inkomen kosteloos gechipt en geregistreerd worden. Verder wil de gemeente samen met de dierenorganisaties en de dierenartsen het chippen van hond en kat meer onder de aandacht gaan brengen en promoten.