Raad van Arbitrage doet uitspraak over claim Geusseltbad

13 maart 2018

De Raad van Arbitrage (RvA) voor de Bouw heeft uitspraak gedaan in de laatste geschillen over de bouw van het Geusseltbad. Twee (neven)aannemers claimden in totaal 837.417,58 euro van de gemeente vanwege onder meer vertragingen in de bouw en meerwerk. De Raad van Arbitrage veroordeelde de gemeente uiteindelijk tot betaling van 382.856,93 euro inclusief rentelasten en proceskosten.

De twee bedrijven kregen van de RvA gelijk voor wat betreft de vertragingen, al werden die claims wel fors verlaagd. De RvA volgde grotendeels de eerdere vonnissen in procedures over het Geusseltbad waarbij vertragingen door bemaling van de bouwput en scheefstand van de gevels, in totaal 23 weken, aan de gemeente werd toegerekend. Vertraging voortkomend uit coördinatieproblemen is volgens de RvA niet voor rekening van de gemeente. De twee (onder)aannemers zijn op dat punt dus niet-ontvankelijk verklaard. De geclaimde kosten voor meerwerk werden in zijn geheel afgewezen. De vorderingen in vrijwaring die de gemeente Maastricht claimde werden ook afgewezen. De gemeente wilde met die vordering de totale veroordeling doorleggen naar de hoofdaannemer of andere aannemers, in de ogen van de gemeente veroorzaker(s) van de schade. Die vordering vond echter geen gehoor bij de RvA waardoor de gemeente proceskosten moet betalen.

De stadsadvocaat onderzoekt nog de mogelijkheid tot beroep. Dat moet gebeuren binnen drie maanden na dagtekening van het vonnis. Gebeurt dat niet, en stellen de (onder)aannemers ook geen beroep in, dan komt er een einde aan de juridische nasleep van de bouw van het Geusseltbad. Het risico van een claim werd door het stadsbestuur reeds opgenomen in de in november vastgestelde begroting voor 2018.