Stedelijke programmering woningbouw wordt geactualiseerd

Als gevolg van ontwikkelingen op het gebied van economie, demografie en consumentenvoorkeuren is de woningvraag in Maastricht en Zuid-Limburg veranderd. Deze verandering zet ook de komende jaren door. Dit zorgt ervoor dat er geen goede aansluiting is tussen vraag en aanbod. Daarom gaat de gemeente Maastricht de stedelijke programmering woningbouw opnieuw bekijken. Deze zogenaamde herijking moet ervoor zorgen dat het huidige woningaanbod van de stad aansluit bij de verwachte behoefteontwikkeling.
Aangezien deze ontwikkelingen niet alleen gelden voor Maastricht, maar voor geheel Zuid-Limburg is regionale afstemming noodzakelijk. Daarom zal de herijking van de stedelijke programmering parallel lopen aan de regionale structuurvisie Wonen Zuid-Limburg die momenteel wordt opgesteld in samenwerking met de Zuid-Limburgse gemeenten en de Provincie Limburg.

Terugblik

In 2010 heeft de gemeenteraad besloten het woningbouwprogramma voor de periode 2010-2014 ten opzichte van eerdere plannen (fors) te verlagen. Daarmee werd driekwart van de destijds opgestelde woningbouwplannen geschrapt. Ook werd er focus aangebracht in de programmering. Dat is gebeurd door zogenaamde brandpunten aan te wijzen zoals onder andere het programma Belvédère, vastgoed binnen
het project A2 en de herstructurering in het kader van de wijkaanpak. Bij realisatie van nieuwbouwplannen krijgt planontwikkeling binnen deze brandpunten prioriteit boven plannen daarbuiten. De brandpunten zijn gebaseerd op de (publieke) meerwaarde van deze projecten voor de ontwikkeling van de stad. Op basis van deze raadsbeslissing heeft de gemeente haar grondposities in diverse projecten afgeboekt.

Aanleiding

De stedelijke programmering woningbouw moet nu opnieuw worden bezien. Dit is nodig omdat de huidige (harde) programmering afloopt en een herijking aan de raad is toegezegd en is opgenomen in het Coalitieakkoord 2014-2018. Maar de belangrijkste reden voor een herijking is dat er sprake is van een aantal ontwikkelingen, die van directe invloed zijn op de programmering. Het gaat daarbij om:

  •          de regionalisering van het woonbeleid en de bouwprogrammering,
  •          de gevolgen van het geformuleerde beleid over leegstand en herbestemming,
  •          de gevolgen van de Novelle herzieningswet voor de mogelijkheden van de corporaties,
  •          de ontwikkelingen op het gebied van wonen en zorg / extramuralisering,
  •          de discussie over het beleid op het gebied van woningsplitsing en
  •          de veranderende behoefte in de studentenhuisvesting. 

“Maastricht wil een aantrekkelijke woonstad zijn voor alle doelgroepen. Het is daarom goed om de woningbouwplannen en de behoefte weer goed tegen het licht te houden”, aldus wethouder Gerdo van Grootheest. De nieuwe stedelijke programmering woningbouw zal gebaseerd worden op de actuele marktsituatie en de naar de toekomst toe verwachte behoefteontwikkeling, zowel kwalitatief als kwantitatief. Dit moet ervoor zorgen dat het woningaanbod van de stad beter overeen komt met de verwachte behoefteontwikkeling en er aansluiting wordt gezocht met het regionale proces. Op die manier wordt de planvoorraad terug gedrongen en grootschalige leegstand voorkomen.

Woningbehoefte

De nu aan de orde zijnde herijking is anders dan die in 2010. Destijds was de opgave ‘het koren van de kaf te scheiden’ in een veelheid van allerlei plannen en projecten. Nu is het noodzakelijk meer gedetailleerd het woonbeleid en de projecten te analyseren in een situatie waarin de regio een veel belangrijker rol speelt. Uit onderzoek van Stec groep blijkt dat er tot 2020 nog een groei te verwachten is van zo’n 165-185 huishoudens per jaar. Vanaf 2020 daalt het aantal huishoudens naar verwachting geleidelijk. De potentiële plancapaciteit binnen de bestaande brandpunten en de zogenaamde pijplijnplannen bedraagt zo’n 2500-3000 woningen. Daarnaast stijgt ook de vraag naar het herbestemmen van leegstaande gebouwen.  Afgezet tegen de verwachte behoefte in de periode tot 2030 is duidelijk dat de plancapaciteit in de stad te groot is. Het is de opgave voor deze herijking van de stedelijke programmering woningbouw om het aanbod de komende jaren beter af te stemmen op de vraag zonder dat dit de gemeente in financiële problemen brengt.

Structuurvisie Wonen Zuid Limburg

De Provincie heeft via de vaststelling van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) in 2014 duidelijke kaders vastgesteld waar de woningbouwprogrammering op lokaal niveau aan moet voldoen. Dit wordt op regionaal niveau momenteel uitgewerkt in de Structuurvisie wonen Zuid-Limburg met een bijbehorende subregionale programmering voor Maastricht-Heuvelland. Dit moet ertoe leiden dat er betere beleidsafstemming is over de bestaande en toekomstige woningvoorraad in Zuid- Limburg.
Daarom is besloten om de stedelijke herijking parallel te laten lopen aan het proces van de regionale structuurvisie Wonen Zuid-Limburg.
 
Naar verwachting zal de herijking van de stedelijke programmering eind 2015 gereed zijn.