2 juli 2026 - Persbericht

Opgravingen Kerk te Wolder: bijkomend onderzoek nodig naar identificatie skelet

De uitzonderlijke ontdekking van het skelet in de kerk van Wolder, dat mogelijk toebehoort aan de beroemde musketier d’Artagnan leidde tot uitgebreid wetenschappelijk onderzoek en geniet een grote internationale belangstelling. De eerste onderzoeksresultaten leveren zowel aanwijzingen als nieuwe vragen op. De ware herkomst van het skelet en de omstandigheden van overlijden blijven voorlopig onduidelijk. Vervolgonderzoek zou kunnen uitwijzen of hier echt een stukje geschiedenis is teruggevonden – of niet.

Vrijdag, 13 maart 2026

Op vrijdag 13 maart 2026 werd een aangetroffen skelet in de kerk van Wolder via een noodopgraving door de fysisch-antropologen van hogeschool Saxion en het Onderzoeksbureau BAAC archeologisch gedocumenteerd en gelicht voor nader onderzoek. Ook de grafcontext werd door de archeologen gedocumenteerd. Een deel van de botten werden nog de avond van 13 maart in de CT-scan van het Maastricht UMC+ gescand voor verder onderzoek.

De stoffelijke resten trokken wereldwijde aandacht omdat al snel de link werd gelegd met het overlijden van de musketier Charles de Batz de Castelmore, beter bekend als d’Artagnan, bij de belegering van Maastricht in 1673. Bij de graafwerkzaamheden die voorafgingen aan 13 maart was er geen standaard archeologische documentatie opgesteld, met onomkeerbaar verlies aan veel archeologische informatie tot gevolg.

Belegering van Maastricht 1673

Het skelet was de afgelopen maanden object van archeologisch onderzoek, mede ingegeven door het vermoeden dat het hier om het skelet van d’Artagnan zou kunnen handelen. In geromantiseerde vorm heeft d’Artagnan wereldwijde beroemdheid vergaard door het 19e eeuwse boek “Les Trois Mousquetaires” van Alexandre Dumas. De historische d’Artagnan was musketier in het leger van de Franse koning Lodewijk XIV en was een persoonlijke lijfwacht van de koning. Hij had al een degelijke staat van dienst toen hij op 62 jarige leeftijd mee ten strijde trok bij de belegering van Maastricht in 1673. Op 25 juni van dat jaar sneuvelde d’Artagnan bij de bestorming van de Tongersepoort. Diezelfde dag sneuvelden tachtig musketiers, een honderdtal gardesoldaten en werden een vijftigtal officieren en circa vijfhonderd manschappen gedood of gewond. Al deze gesneuvelden moesten snel begraven worden om ziektes in de Franse kampementen te voorkomen. Hiervoor werden reeds op voorhand massagraven gedolven. Volgens historische bronnen werd er zelden onderscheid gemaakt tussen gewone manschappen en hogere officieren bij het begraven van hun stoffelijk overschot en werden de meesten in massagraven achtergelaten. Alleen bepaalde edellieden kregen een graf in gewijde grond, dat wil zeggen in een kerk of op een kerkhof. De eerste vraag die opkomt is of d’Artagnan tot deze laatste groep gerekend mag worden of dat hij eveneens in een massagraf terecht is gekomen. Hierop moeten we het antwoord schuldig blijven. Mocht hij echter in gewijde grond begraven zijn, dus in een kerk of op een kerkhof, dan komen er diverse kerken in de buurt van Maastricht in aanmerking, namelijk de kerk(hoven) van: Eben (BE), Emael (BE), Kanne (BE), Montenaken (BE), Slavante (NL), Riemst (BE), Kesselt (BE) en Wolder (NL). Uit historische bronnen is echter ook bekend dat sommige Franse generaals zelfs naar het hospitaal in Tongeren (BE) werden vervoerd, waar zij vaak kwamen te overlijden en vervolgens in massagraven werden begraven.

In 1962 schrijft de Franse historicus Charles Samaran een artikel met de naam ‘Le siège de maestricht et la mort de d’Artagnan’. Daarin schrijft hij op de laatste pagina (in vertaling): “Waar werd de beroemde musketier, wiens naam Dumas aan de hele wereld bekend zou maken, begraven? Waarschijnlijk op de plek waar hij stierf, net als zoveel soldaten die op het slagveld zijn achtergebleven, maar voor zover wij weten wordt dit in geen enkel document vermeld”. De stelling uit 2005 van de Franse historica Odile Bordaz dat d’Artagnan in de kerk van Wolder moet liggen omdat de koninklijke tent van Lodewijk XIV zich daar bevond en omdat d’Artagnan in gewijde grond begraven moet zijn, is slechts een aanname waarvoor geen bewijs is. Als laatste rustplaats van d’Artagnan komen ook de ander genoemde kerken en kerkhoven in aanmerking en zelfs de vele massagraven kunnen niet worden uitgesloten.

Historische context van de vindplek

De stoffelijke resten zouden zijn aangetroffen in de kerk van Wolder op de plek waar zich vroeger het altaar van de oude kerk bevond. Uit het archeologisch onderzoek is naar voren gekomen dat het waarschijnlijk niet om een fundament van een altaar gaat, maar eerder om de fundering van de trappen naar een verhoogd koor.

Uit het overlijdensregister van de kerk van Wolder leren we dat er bij de belegering door Frederik Hendrik in 1632, 41 jaar voor de belegering van Lodewijk XIV, circa 255 personen in en rond de kerk van Wolder zijn begraven. Het gaat om personen afkomstig uit Frankrijk, Engeland, Duitsland, Vlaanderen, Wallonië, Holland, Schotland en Polen. Het merendeel van de officieren waren edellieden, waarvan tevens het merendeel afkomstig uit Frankrijk. Er wordt zelfs een edelman uit de Gascogne in het register genoemd, de geboortestreek van d’Artagnan, alleen is deze 41 jaar eerder gesneuveld dan d’Artagnan. Als er een locatie van een graf binnen de kerk in het register bijstaat, kan dit overal in de oude kerk zijn, een voorkeursplaats is er derhalve niet. Gewijde grond is trouwens zowel in de kerk als op het kerkhof. De stelling dat de locatie waar het graf is aangetroffen, voorbehouden is aan iemand van het statuur van d’Artagnan is dan ook louter een aanname.

Voor de aanleg van het graf is destijds een middeleeuwse vloer weg gehakt. Vastgesteld kon worden dat het lichaam in het graf niet in een kist is begraven. Waarschijnlijk is het lichaam in een lijkwade in de grafkuil gelegd. Het graf werd aan drie zijden begrenst door funderingsresten van mergelsteen. De stenen zijn deels bijgewerkt om het graf te kunnen delven. Het lijkt erop dat het lichaam met enige moeite tussen de mergelstenen gelegd is; het skelet lag niet geheel vlak. Door de wijze van uitvoering van de graafwerkzaamheden die dateren vóór 13 maart, zijn geen uitspraken meer mogelijk over de grafkuil en het niveau van waaraf deze is gegraven. Stratigrafisch (= betrekking hebbende op de volgorde en relatieve ouderdom van archeologische lagen) is het dan ook niet meer mogelijk dit graf te dateren.

Opgegraven skelet in een archeologische sleuf in de kerk van Wolder.

Complexe puzzel van botresten: eerste aanwijzingen, maar nog veel onzekerheid

De skeletresten zijn bij hogeschool Saxion in Deventer (NL) nader onderzocht door twee fysisch-antropologen (van Saxion resp. BAAC).

Van het oorspronkelijke skelet bevonden zich bij de noodopgraving (op 13 maart jl.) ongeveer 50% nog in de oorspronkelijke positie. Het geheel is uitermate gecompliceerd omdat bij de eerste graafwerkzaamheden allerlei botten zijn verzameld zonder documentatie en het onduidelijk is of ze bij het aangetroffen skelet horen of van een ander individu afkomstig zijn. Bij het puzzelwerk werd duidelijk dat er ook nog botresten van twee jonge individuen aanwezig zijn, plus enkele botten van volwassenen, die niet tot het skelet behoren.

Van het skelet zelf ontbreekt ongeveer 1/3de van de schedel. Het betreft de rechterhelft; op foto’s is te zien dat het gat in de schedel steeds groter wordt naarmate de graafwerkzaamheden vorderen en het dan ook om een recente beschadiging gaat. Ook van de onder- en bovenkaak ontbreekt 1/3de deel. Uit het onderzoek en uit de CT-scans kunnen op dit moment de volgende conclusies getrokken worden.

  • Het gaat om een mannelijk persoon met een lengte van circa 1,74 meter.
  • De geschatte leeftijd bij overlijden is tussen de 44 en 66 jaar. Deze resultaten zouden kunnen passen voor de leeftijd van d’Artagnan bij overlijden (62 jaar).
  • Door de primaire gravers (lees: vóór 13 maart) is een object aangetroffen dat door hen is geïnterpreteerd als een kogel. Door massaspectometrie is aangetoond dat dit object van ijzer is en een schoon gewicht kent van 3,3 gram. Een loden kogel zou 16 tot 19 gram wegen in het geval van een pistoolkogel en 38 tot 41 gram voor een musketkogel. Het gevonden object wordt nu geïnterpreteerd als deel van een gesmede spijker.
  • Er is gepoogd het skelet te dateren door van een rib en een kootje van een teen een C14 datering (koolstofdatering) te krijgen. Uit de gekalibreerde resultaten van de analyse kwam echter geen duidelijke datering naar voren: de bandbreedte gaat van 1500 tot 1900 na Christus. Een specifiekere datering op basis van C14 is bijgevolg niet mogelijk.
  • Uit het collageen van de genomen monsters werd duidelijk dat deze persoon veel mariene vis heeft gegeten: tussen de 27-30% van zijn reguliere dieet was vis. Dit aandeel is uitzonderlijk hoog en past niet in het plaatje van een persoon afkomstig uit de Gascogne, en die ook nog eens en groot deel van zijn leven in Parijs en Lille heeft doorgebracht. Dit zou alleen te verklaren zijn als deze persoon zeer regelmatig vis vanuit zee gegeten heeft. Nu werden in de 17e eeuw ook vis uit zee op de markten in Parijs en Lille verkocht en ook gezouten vis behoorde tot het menu landinwaarts, maar dan nog is de vraag of musketiers dit veelvuldig als voedsel aangeboden kregen. Het blijft bovendien onduidelijk of zo’n dieet gebruikelijk was bij katholieke musketiers in Frankrijk in de 17e eeuw.
  • Bij het isotopenonderzoek liggen de resultaten van strontium, zuurstof en koolstof voor. Bij het isotopen onderzoek werd tandglazuur bemonsterd van de kiezen (molaren 1, 2 en 3). De waarden die naar voren kwamen laten eenzelfde beeld zien als bij de monsters voor de C14 datering: of er is door deze persoon relatief veel vis in zijn jongste jaren geconsumeerd, of heeft hij een dieet genuttigd dat relatief rijk is aan zogenoemd C4 voedsel, zoals gierst en suikerriet. De aangetroffen waarden zouden volgens de voorhanden tabellen eerder duiden op Oost- en Zuid-Europese diëten.

Aanwijzingen én twijfel: onderzoek tot heden houdt identificatie d’Artagnan nog open

De wetenschappelijke bevindingen tot heden maken dat een identificatie van het aangetroffen skelet met d’Artagnan niet voor 100% kan worden uitgesloten.

De resultaten van de tot heden uitgevoerde onderzoeken laten enkele verassende zaken zien. Vanuit de fysische-antropologische hoek past de leeftijdscategorie en het geslacht van het aangetroffen skelet bij de persoon van d’Artagnan.

Het isotopenonderzoek laat een afwijkend beeld zien waarbij de Gascogne als herkomstregio niet bevestigd kan worden, maar eerder richting (Zuid)Oost-Europa wijst. Alleen als deze musketier gedurende zijn leven een zeer rijk dieet met vis heeft gehad, zijn dergelijke waardes te verklaren. Helaas is niet bekend welk regulier dieet een musketier in de 17e eeuw tot zich nam. De huidige onderzoeksresultaten geven op dit moment geen bevestiging voor een herkomst uit de Gascogne. Waardoor de identificatie met d’Artagnan op basis van de huidige gegevens minder voor de hand ligt, maar niet kan worden uitgesloten.

Verder onderzoek nodig, waaronder ancientDNA

Het voorstel luidt om bijkomend onderzoek te laten uitvoeren om een eventuele identificatie met d’Artagnan te verkrijgen.

Een belangrijke rol in het vervolgonderzoek is weggelegd voor analyse van het ancientDNA. Hierbij wordt een klein deel van een wortel van een kies bemonsterd. Op basis van het volledige genoom zou door vergelijking met populatie genetische gegevens een mogelijke herkomstregio kunnen worden vastgesteld. Wanneer hier eveneens een profiel uitkomt dat op bijvoorbeeld Oost-Europa wijst, dan is de identificatie met d’Artagnan zeer onwaarschijnlijk. Mocht dit onderzoek echter de identificatie met d’Artagnan niet 100% kunnen uitsluiten, dan zal een vervolgonderzoek uitgevoerd worden. Die analyse richt zich dan op zowel de direct moederlijke als de direct vaderlijke lijn (via het zgn. mitochondriale DNA en Y-chromosoom, respectievelijk). Hiervoor zullen dan specifieke nabestaanden van d’Artagnan benaderd dienen te worden om DNA af te staan. De doorlooptijd van het volledige aDNA-onderzoek bedraagt vanaf de daadwerkelijke start van het onderzoek circa 6 maanden.

Ook na afronding van het vervolgonderzoek blijft het mogelijk dat geen definitieve identificatie kan worden vastgesteld.

Veelgestelde vragen en antwoorden