Dieren en natuur

In Maastricht leven allerlei (wilde) dieren. Voor een goed en gezond leven voor hen, is het groen in de stad erg belangrijk. Dat vergroot de biodiversiteit en zorgt voor voedsel en voor schuil- en nestplaatsen. Als bomen, struiken, gras en bloemen (steeds meer) aaneengesloten zijn, kunnen dieren zich beter verplaatsen en vestigen. Soms is het fijn als er (meer) wilde dieren zijn en genieten we daarvan. Tegelijkertijd zijn er dieren die we liever niet te dichtbij hebben. Op deze pagina leest u hoe de gemeente Maastricht omgaat met de dieren in de stad, zodat de stad leefbaar blijft voor dier en mens.

  • Bruine rat

    Ratten leven graag in de stad en om precies te zijn in het riool. Daar vinden ze de 3 dingen die ze nodig hebben om te overleven: een schuilplaats, voedsel en water. Regelmatig verlaten ratten het riool. Als een riool of regenpijp bijvoorbeeld kapot is of als in uw omgeving gebouwd of gesloopt wordt. De ratten gaan dan op onderzoek uit of zoeken een nieuw onderkomen. Als ze buiten het riool voedsel vinden, dan bestaat de kans dat ze zich in de buurt van die voedselbron gaan nestelen. Dat kan voor overlast zorgen.

    Hoe is een bruine rat te herkennen?

    In Maastricht komen (alleen) bruine ratten voor. Maar de naam ‘bruine rat’ is misleidend. Bruine ratten zijn namelijk niet alleen maar bruin. Ze verschillen in kleur van lichtbruin tot donkergrijs. Opvallend is de staart van de bruine rat, die nagenoeg kaal is, rond van vorm en altijd korter dan het lichaam. Hier kunt u op letten om een jonge rat te onderscheiden van een muis.

    De bruine rat heeft vrij kleine, behaarde oren en een iets stompe snuit. Hierop kunt u letten om de bruine rat te onderscheiden van de zwarte rat. De laatste heeft grotere, kale oren en een spitsere snuit. De zwarte rat komt echter, voor zover bekend, nog niet voor in Maastricht.

    Om een idee te hebben van het formaat van een volwassen bruine rat: de lengte van de kop-romp is 19 tot 30 cm, de lengte van de staart 15 tot 22 cm en het gewicht 200 tot 500 gram.

    Zijn ratten gevaarlijk?

    Ratten zijn eigenlijk bang voor mensen. Ze vluchten eerder dan dat ze mensen aanvallen, maar een rat in het nauw kan agressief reageren. Dus geef een rat de ruimte als u er een tegen komt, zodat het dier weg kan.

    Ratten kunnen ziektes hebben die ook voor mensen gevaarlijk zijn, zoals bijvoorbeeld de ziekte van Weil (leptospirose). De besmetting komt door water waar plas van ratten in zit. De bacterie dringt het lichaam binnen via bijvoorbeeld een open wondje. Het risico op besmetting met deze ziekte is klein. Meer informatie staat op de website van het RIVM.

    Sporen van de bruine rat

    Soms zien mensen de bruine rat zelf niet, maar zijn er wel sporen van zijn aanwezigheid.

    Uitwerpselen

    De keutels van de bruine rat zijn 12 tot 20 mm lang en 5 tot 7 mm in doorsnede. Ze zijn groot, dik en cilindervormig met soms een puntje aan één of beide uiteinden.

    Holen

    Holen van de bruine rat zitten meestal in de grond, maar ze bouwen ook nesten in schuurtjes of op zolders. De uitgang van een rattengang in de grond is meestal vrij rond van vorm en is zo’n 7 tot 10 cm in doorsnede. Soms ligt er uitgewaaierde aarde omheen, dan is het gat van buitenaf gegraven. Maar graaft een rat een gang vanuit een kapotte riolering, dan zakt alle aarde weg in het riool en is dus geen aarde rond de opening te zien.

    Knaagsporen/-schade

    Ratten zijn knaagdieren. Hun snijtanden zijn bijzonder sterk en blijven doorgroeien. Door te knagen houden ratten hun snijtanden kort. En ze knagen uiteraard ook om te eten. Ratten knagen aan de meest uiteenlopende materialen. Knaagsporen kunt u bijvoorbeeld vinden op noten, fruit, verpakte voedingsmiddelen en op allerlei soorten materialen en voorwerpen zoals hout, plastic, kabels, verpakkingsmateriaal, schuimrubber en zeep. Een bruine rat eet vrijwel alles.

    Loopsporen

    Bruine ratten gebruiken buiten vaak dezelfde paadjes, die we wissels noemen. Deze zijn goed te herkennen omdat ze “schoon” zijn (geen blad of takjes erop), platgetrapt en 7 tot 10 cm breed. Ook binnen lopen ratten vaak dezelfde route, meestal langs een muur of achter voorwerpen langs. Wordt een route lang en veel gebruikt, dan is er vaak een bruine “streep” te zien; een mengeling van buiksmeer en stof.

    Geur/stank

    Waar veel ratten leven, ligt veel urine en zijn veel uitwerpselen te vinden. Dit veroorzaakt stankoverlast. Op plaatsen waar veel ratten leven, hangt een typische, penetrante geur.

    Wat doet de gemeente?

    Overlast bij particulieren

    Heeft u overlast van ratten in of om uw huis? Dan kunt u hier melding van maken bij de gemeente via deze pagina. De gemeente neemt dan contact met u op. Als het nodig is, sturen we een plaagdierbestrijder bij u langs voor onderzoek. Dit hoeft u niet te betalen. De plaagdierbestrijder geeft u advies over hoe u oorzaken van de overlast kunt oplossen en over manieren van bestrijding. De kosten van de bestrijding zijn voor uw eigen rekening.

    Overlast in de openbare ruimte

    Ziet u ratten op straat? Dan zien we ook graag dat u dat meldt. Als we meer meldingen binnen krijgen, doen we onderzoek naar de oorzaken. We kijken daarna hoe we de overlast kunnen aanpakken.

    In bepaalde wijken bestrijden we ratten in het riool met rioolvallen. Bovengronds bestrijden we ratten met klemmen of verdrinkingsvallen. Het gebruik van gif voor de bestrijding van ratten is alleen onder zeer strenge voorwaarden toegestaan. Dit is nodig, omdat het gif ook dieren die op ratten jagen kan vergiftigen. Denk aan de vos, de steenmarter en roofvogels. Daarnaast is het doden met een klem of verdrinkingsval diervriendelijker dan het doden met gif.

    Wat kan ik zelf doen bij rattenoverlast?

    • Ruikt u rioollucht in huis? Dan kan de riolering stuk zijn. Laat het riool inspecteren (door uw woningcorporatie of huisbaas als u huurt). Het riool tot aan de erfgrens is de verantwoordelijkheid van de eigenaar.
    • Controleer uw regenpijpen. Zijn ze stuk? Laat ze repareren (door uw woningcorporatie of huisbaas als u huurt).
    • Ziet u een rat of een verdacht gat in de grond? Meld dit bij de gemeente via deze pagina.

    Hoe kan ik rattenoverlast voorkomen?

    • Laat geen afvalzakken buiten staan.
    • Gooi geen kliekjes in de restzak. Etensresten mogen in de groene bak.
    • Spoel etensresten niet door toilet of gootsteen. Dit is een grote voedselbron voor ratten in het riool.
    • Gooi geen etenswaar bij of in de containers van het milieuperron.
    • Laat voer voor huisdieren niet buiten staan of berg het op in goed afsluitbare vaten.
    • Houdt u kippen, konijnen of andere dieren buiten? Voer ze niet te veel. Zorg ervoor dat ze het voer in één keer op kunnen zodat er niets blijft liggen. Dit geldt ook voor het voeren van vogels in uw tuin of in parken.
    • Onderhoud uw tuin. Ratten verstoppen zich graag. Dus ruim rommel of spullen (zeker langs muren) op die schuilplaatsen kunnen vormen.
    • Ruim de drollen van uw hond op. Ook die zijn voer voor ratten.​​​​​​​
  • De bever of zijn sporen worden de laatste jaren steeds meer gezien in en rond Maastricht. Vrijwel alle geschikte watergangen zijn door bevers bewoond of worden door bevers verkend. Dat is goed te zien aan de knaagsporen op bomen of struiken, maar ook holen in oevers of burchten op de oever zijn geen zeldzaamheid. De bever geeft ons landschap vorm, maar richt soms ook schade aan op plaatsen waar dat niet gewenst is.

    Wat doet de gemeente?

    Bomen

    In opdracht van de gemeente beschermt het CNME de belangrijkste bomen langs watergangen met gaas. Zo wordt voorkomen dat kostbare bomen verloren gaan en wordt het risico op omvallende bomen geminimaliseerd. Waar bescherming met gaas niet mogelijk is, wordt Wöbra aangebracht. Dat is een pasta die de stam onaantrekkelijk maakt voor de bever. Bomen die toch aan worden geknaagd en een gevaar vormen, worden gekapt. We laten deze bomen een tijd liggen, zodat de bever er optimaal gebruik van kan maken en geen andere bomen hoeft aan te knagen.

    Holen in oevers

    Het komt voor dat bevers holen in oevers graven en hiermee verzakkingen veroorzaken in voet- en fietspaden of het wegdek. De gemeente bekijkt dan hoe de veiligheid gegarandeerd kan worden op een manier die de bever zo min mogelijk verstoort. In uitzonderlijke gevallen is het nodig dat een bever verjaagd wordt.

    Melden

    Ziet u bomen die zijn aangeknaagd of gaas dat niet meer goed om de boom bevestigd zit? Dan kunt u dit melden bij de gemeente zodat we de situatie kunnen bekijken. Ook als u verzakkingen langs waterwegen ziet kunt u een melding maken. Wij bekijken dan of er actie nodig is vanuit de gemeente of vanuit bijvoorbeeld Waterschap Limburg of Rijkswaterstaat.

  • De steenmarter voelt zich thuis in de stad en is met name ’s nachts actief. Hij kan onze bebouwing als schuil- en nestplaats gebruiken en eet onder andere muizen, ratten, en vogels. Steenmarters kunnen overlast veroorzaken in woningen door geluid en stank, maar ook door het knagen aan de bekabeling van auto’s.

    Wat doet de gemeente?

    De steenmarter is een beschermde diersoort en mag niet worden gedood, gevangen of verjaagd. De gemeente doet niets aan steenmarters. Als u vermoedt dat een steenmarter regelmatig uw woning bezoekt of er zijn nest heeft gemaakt, kunt u het beste contact opnemen met een plaagdierbestrijder, zodat zij u kunnen helpen met de wering van de steenmarter.

    Overlast voorkomen

    De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. Maar ook spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen. De steenmarter kan al door openingen van 5-6 cm kruipen om bij een schuilplaats te komen.

    • Zorg ervoor dat er geen openingen in uw woning zitten waar de steenmarter doorheen kan;
    • Het kan (tijdelijk) werken om steenmarters af te schrikken met muziek of ultrasoon geluid;

    Bescherm uw auto door er kippengaas onder te leggen, marterverjagers te installeren of de auto regelmatig te verplaatsen.

  • Bijen

    Bij bijen denken de meeste mensen aan de Europese honingbij. Deze insecten leven in kolonies en kunnen grote nesten maken. We hebben de honingbijen hard nodig voor de bestuiving van onze planten en voor hun honing.

    De meeste bijenvolken worden gehouden door imkers, maar af en toe bouwen bijen een nest in de natuur of in bijvoorbeeld een spouwmuur. Als er een nieuwe koningin groot is gebracht in een bijennest, zal deze uitvliegen en een deel van het volk mee nemen. De koningin gaat met haar volk dan op zoek naar een geschikte nestplaats en strijkt met haar volgers op verschillende plekken neer. Dit noemen we zwermen.

    Wat doet de gemeente?

    Wordt een zwermend bijenvolk waargenomen, dan neemt de gemeente contact op met een imker. Deze kan het volk ‘wegzuigen’ en een onderkomen bieden. Zo krijgen de bijen een veilige plek en veroorzaken ze geen overlast. Een bijennest in de openbare ruimte komt niet vaak voor, maar wordt zo veel als mogelijk gespaard. Alleen als het echt op een plek zit waar het een groot gevaar veroorzaakt, wordt het nest bestreden.

    Ziet u een zwermend bijenvolk in uw tuin, dan is de kans groot dat het binnen enkele uren verder trekt. U kunt dit melden bij de gemeente of rechtstreeks contact opnemen met een imker. Zit er een bijennest in uw woning of tuin? Dan ligt de verantwoordelijkheid voor (de bestrijding van) dit nest bij uzelf.

    Goed om te weten

    Heeft u geen echte overlast van de bijen? Dan is het voor de natuur heel waardevol om het nest te laten zitten. Een bijennest sterft in de winter niet af en kan dus wel groot worden.

    Ziet u bij-achtige insecten de grond in kruipen? Dan gaat het niet om honingbijen, maar om solitaire bijen (die niet in een kolonie, maar alleen leven). Zij maken een gangetje in de grond om hun eitjes in te leggen. Vaak zitten er op zo’n plek meerdere gaatjes bij elkaar. Solitaire bijen zijn helemaal niet agressief en we hebben ze heel hard nodig voor de bestuiving van onze planten. Bestrijd deze dieren dus niet.

    Wespen

    Wespen zijn insecten die grote nesten kunnen bouwen in gebouwen, in begroeiing of in de grond. Ze zijn minder behaard en slanker dan honingbijen en hebben een angel waarmee ze kunnen steken. Dat doen ze alleen als ze in het nauw zitten. Wespen zijn erg nuttig: ze vangen grote hoeveelheden muggen en vliegen om te voeren aan de larven. Daarnaast zijn ze goede kadaver opruimers.

    Wat doet de gemeente?

    Zit er een wespennest in de openbare ruimte en vormen de wespen mogelijk een gevaar voor mensen, dan laat de gemeente het wespennest bestrijden. Maar als het niet nodig is, wordt het nest met rust gelaten zodat de wespen hun nuttige bijdrage aan de natuur kunnen leveren.

    Heeft u een wespennest in uw woning of tuin? Dan ligt de verantwoordelijkheid voor de bestrijding bij uzelf.

    Goed om te weten

    Heeft u geen echte overlast van de wespen? Dan is een nest laten zitten ook een optie. In het najaar, als de nieuwe koninginnen zijn uitgevlogen, gaat de oude koningin dood en sterven ook alle werksters. Een wespennest sterft in de winter dus meestal af. Bestrijding is dan niet nodig en het afgestorven nest kunt u zelf verwijderen. De nieuwe koninginnen komen vrijwel nooit terug naar hun geboorteplek.

    In de lente en in het begin van de zomer worden door de koningin veel eitjes gelegd en moeten de larven gevoed worden met eiwitrijk voedsel. Werksters zijn dan vooral op zoek naar vlees. De larven scheiden een zoete vloeistof uit die door de werksters gegeten wordt. In de nazomer stopt de koningin met het leggen van eitjes en komen er steeds minder larven. De werksters krijgen dan een tekort aan zoete vloeistof, waardoor ze buiten op zoek gaan naar een alternatief. Vanaf die periode komen de wespen dus op onze zoetigheid af.

    Ziet u wesp-achtige insecten de grond in kruipen? Let dan goed op of het wel om wespen gaat. Er zijn namelijk heel veel soorten solitaire bijen (die niet in een kolonie, maar alleen leven) die een gangetje maken in de grond om hun eitjes in te leggen. Vaak zitten er op zo’n plek meerdere gaatjes bij elkaar, terwijl een ondergronds wespennest één of hoogstens twee ingangen heeft. Solitaire bijen zijn helemaal niet agressief en we hebben ze heel hard nodig voor de bestuiving van onze planten. Bestrijd deze dieren dus niet.

  • Een insect dat we hoornaar noemen. Met 6 poten, vleugels en een geel achterlijf met zwarte strepen.

    Europese en Aziatische hoornaar

    De Europese en Aziatische hoornaar zijn beide wespensoorten. De Europese hoornaar komt van nature in Nederland voor en heeft een bruinrood bovenlichaam. De Aziatische hoornaar is een zogenaamde invasieve exoot, is kleiner dan de Europese hoornaar en heeft een overwegend zwart bovenlichaam. Omdat de Aziatische hoornaar aanzienlijke schade aanricht onder honingbijen, hommelsoorten en andere bestuivende insecten, heeft de Europese Unie verordend dat hij bestreden moet worden.

    De provincie is verantwoordelijk voor de bestrijding van de Aziatische hoornaar. De gemeente ondersteunt de provincie waar mogelijk bij het zoeken van nesten van de Aziatische hoornaar.

    Wat doet de gemeente?

    Europese hoornaar

    De Europese hoornaar is eigenlijk een groot uitgevallen wesp. Hij is niet agressief tenzij hij in het nauw zit. De Europese hoornaar voedt zich met andere insecten en met bijvoorbeeld gevallen fruit. Deze grote wesp leeft in kolonies en maakt nesten in holtes. Dat kunnen natuurlijke holtes in bomen zijn, maar ook spouwmuren en andere holtes in gebouwen worden gebruikt. In de winter sterven de nesten af.

    Zit er een wespennest in de openbare ruimte en vormen de wespen mogelijk een gevaar voor mensen, dan laat de gemeente het wespennest bestrijden. Maar als het niet nodig is, wordt het nest met rust gelaten zodat de wespen hun nuttige bijdrage aan de natuur kunnen leveren. Heeft u een wespennest in uw woning of tuin? Dan ligt de verantwoordelijkheid voor de bestrijding bij uzelf.

    Aziatische hoornaar

    De Aziatische hoornaar maakt 2 nesten per seizoen. In april wordt de koningin wakker uit haar winterslaap en bouwt haar eerste nest. Dit voorjaarsnest zit vaak op een beschutte plek, zoals in een spouwmuur, schuur, carport, veranda of nestkastje. Het nest is niet te onderscheiden van het beginnend nest van een Europese hoornaar. In de zomer wordt het eerste nest te klein en wordt er hoog in een boom een nieuw nest gebouwd, dat zo groot als een skippybal kan worden.

    Heeft u het vermoeden dat er een Aziatische hoornaar nest in uw woning of tuin zit of in de openbare ruimte, dan moet dit bestreden worden. U kunt een melding maken bij de gemeente, zodat er iemand kan komen kijken of het daadwerkelijk om de Aziatische hoornaar gaat. Het nest wordt vervolgens kosteloos bestreden door een medewerker van de provincie.

    Kijk op NVWA | Aziatische Hoornaar voor meer informatie over het herkennen van de Europese en Aziatische hoornaar.

  • In de stad leven verschillende soorten duiven: de houtduif, de Turkse tortel en de stadsduif. Deze duiven kunnen overlast veroorzaken door bijvoorbeeld hun uitwerpselen of het geluid dat ze maken.

    Wat doet de gemeente?

    De gemeente verjaagt of doodt geen duiven. Er wordt ook geen vogelwering aangebracht in de openbare ruimte of bij de mensen thuis. Wel wordt er voorlichting en advies gegeven om overlast van duiven te voorkomen of verhelpen.

    Bomen

    Overlast van duiven is geen reden om bomen te snoeien of te kappen. Wilt u meer informatie over bomen? Kijk dan op Gemeente Maastricht | Bomen.

    Wat kunt u zelf doen?

    Stelt u de aanwezigheid van duiven in uw tuin of op uw balkon niet op prijs? Dan kunt u het beste zorgen voor goede wering: maatregelen treffen waardoor duiven op plaatsen niet kunnen komen of het er niet prettig vinden. Denk aan pinnen op vensterbanken, het aanbrengen van gaas of andere vogelwering. Wilt u dit niet zelf doen, dan kunt u contact opnemen met een plaagdierbestrijder. Als u overlast heeft van duivenpoep op uw auto, dan kunt u het beste een beschermende hoes over de auto leggen.

    Houtduif en Turkse tortel

    De houtduif en Turkse tortel zijn inheemse beschermde vogelsoorten waarvan ook de in gebruik zijnde nesten niet verstoord mogen worden. Zolang de vogels aan het nestelen zijn (het moment dat ze beginnen met het bouwen van een nest tot het moment dat de jongen zijn uitgevlogen) mag het nest dus niet verwijderd of verstoord worden. Na de broedperiode mag het nest verwijderd worden.

    Stadsduif

    De stadsduif is geen beschermde vogelsoort. Nesten van stadsduiven mogen dus verstoord of verwijderd worden. Zorg ervoor dat u bij het verwijderen van duivennesten handschoenen aantrekt. Er kunnen parasieten en bacteriën in de nesten zitten.

    Duiven in de openbare ruimte

    Duiven zijn honkvast en keren vaak terug naar dezelfde plek om te rusten. Heeft u last van duiven die in bomen voor uw woning verblijven (dus in de openbare ruimte), dan kunt u ze verjagen door in uw handen te klappen of met fel licht te schijnen. Het best doet u dat op het moment dat de duiven arriveren. Omdat duiven honkvast zijn, is het meestal nodig dit lange tijd vol te houden.

  • De eikenprocessierups is de rups van de eikenprocessievlinder. De microscopisch kleine haartjes van de eikenprocessierups zorgen voor huidirritaties en kunnen ooginfecties veroorzaken. De rupsen spinnen nesten in eikenbomen. Er is echter nog een rups die nesten spint en erg lijkt op de eikenprocessierups: de rups van de spinselmot (ook wel stippelmot). Deze rupsen zijn ongevaarlijk voor mens, dier en plant.

    Het grote verschil is dat de rupsen van de spinselmot in verschillende boomsoorten en struiken hun nesten spinnen, terwijl de eikenprocessierupsen dit alleen in eikenbomen doen. De rups van de spinselmot kan een hele struik inpakken in zijden draden, terwijl het nest van eikenprocessierupsen vaak een soort bol vormt. Eikenprocessierupsen zijn behaard en donker van kleur. De rupsen van de spinselmot zijn een stuk lichter en niet behaard.

    Wat doet de gemeente?

    Eikenprocessierups

    Om overlast door brandharen van de eikenprocessierups zo veel mogelijk te voorkomen, bespuiten we alle eikenbomen preventief met een biologisch middel. Worden er daarna nog nesten aangetroffen, dan worden deze verwijderd. Meer informatie over de aanpak van de eikenprocessierups, leest u hier

    Spinselmot

    We krijgen vaak ongeruste meldingen over de eikenprocessierups, terwijl het om de spinselmot blijkt te gaan. De rupsen lijken op elkaar en zijn makkelijk door elkaar te halen. Maar de spinselmot kan geen kwaad. Dat geldt ook voor de zijderups. 

    Zijn hele takken en struiken ingepakt in witte spinsels? Dat is het werk van de rupsen van de spinselmot. Aan lange, dunne draden laten ze zich vanuit de struiken naar beneden zakken. De eikenprocessierups bouwt alleen nesten in eikenbomen. De rupsen van de spinselmot zijn minder kieskeurig en nemen ook genoegen met andere boomsoorten en struiken. De rupsen van de spinselmot en zijderupsen zijn ongevaarlijk voor mens, dier en plant en worden dus niet bestreden.  

    Melden

    Heeft u na het lezen van bovenstaande het vermoeden dat u (een nest van) eikenprocessierupsen ziet in de openbare ruimte of bij u thuis? Meld het bij de gemeente, zodat we de situatie kunnen bekijken. Ziet u rupsen van de spinselmot of nesten van deze rupsen, dan hoeft u daar geen melding van te maken.

    Hieronder zie de verschillen: links ziet u de eikenprocessierups en rechts de spinselmot.

  • 4 grijze muizen die aan een gele maiskolf knagen

    Huismuizen hebben een slanke bouw, spitse kop, grote oren, kraalogen en een lange dunne staart. De belangrijkste verschillen tussen de huismuis en de bruine rat zijn de grootte van het lichaam en de lengte en dikte van de staart.

    Volwassen muizen hebben zonder staart een lichaamslengte van ongeveer 7-10 cm, terwijl volwassen ratten zo’n 22-30 cm groot zijn. De staart van een huismuis is dun en langer dan zijn lichaam, terwijl de staart van de bruine rat dik is en even lang of korter dan zijn lichaam. De levensduur van de huismuis is ongeveer 1 jaar. Vrouwtjes van 2-12 maanden zijn geslachtsrijp en hebben zo’n 6-10 worpen. De draagtijd is 3 weken en de nestgrootte is gemiddeld 5-6 jongen. Dat betekent dat een koppel huismuizen snel voor veel meer muizen kan zorgen.

    De huismuis is de enige muis (naast de bruine en de zwarte rat) die niet beschermd is in de wet natuurbescherming. Alle andere muizen (bijvoorbeeld bosmuis, veldmuis, spitsmuis) zijn beschermd en mogen niet gedood worden. Verreweg de meeste overlast in woningen wordt veroorzaakt door de huismuis.

    Wat doet de gemeente?

    De gemeente bestrijdt geen muizen in de openbare ruimte en niet bij u thuis. Als u overlast ervaart van muizen, kunt u hier wel een melding van maken om advies te krijgen van onze medewerker faunabeheer.

    Overlast voorkomen

    De volgende tips helpen u om overlast te voorkomen:

    • De volgende tips helpen u om overlast te voorkomen:
    • Muizen kunnen door een opening van een halve centimeter. Zorg ervoor dat gaten en kieren gedicht worden. Denk ook aan de spouwmuurisolatie openingen in de buitenmuren van uw woning.
    • Berg etenswaren en voer voor huisdieren op in goed afsluitbare plastic of metalen bussen. Zorg ervoor dat muizen geen eten kunnen vinden in of om uw woning. Denk ook aan vogelvoer, noten, bessen en ander fruit in uw tuin.
    • Laat afval niet staan in plastic zakken, maar plaats volle afvalzakken in een goed afsluitbare prullenbak of container.
    • Ruim etensresten meteen op en doe ze in de GFT-bak.
    • Zoek samenwerking op met bewoners om u heen. Het voorkomen van overlast lukt alleen als ook uw buren ervoor zorgen dat huismuizen geen kans krijgen.

    Muizen bestrijden

    Heeft u toch overlast van huismuizen? Zorg dan dat u bovenstaande tips heeft toegepast en start daarnaast een bestrijding. Let op: het is heel belangrijk dat muizen geen ander voedsel kunnen vinden, anders zal een bestrijding niet werken! Trek handschoenen aan bij het plaatsten en verwijderen van bestrijdingsmiddelen.
    Als u de bestrijding niet zelf uit wilt voeren, kunt u een plaagdierbestrijder contacteren. Voor advies over preventie en bestrijding kunt u een melding maken bij de gemeente, maar wij voeren geen bestrijdingen uit bij particulieren.

    Er zijn een aantal toegestane methoden om huismuizen te vangen en/of doden. Combineer een bestrijding altijd met preventieve maatregelen.

    • Klemmen
    • Vangkooi om levend te vangen
    • Gif: gebruik uitsluitend alfachloralose; anticoagulantia (anti-stollingsmiddelen) zijn sinds 1-1-2023 niet toegestaan

    Het bestrijden met gif heeft veel nadelen en raden we daarom af.

    • Ook andere dieren dan de huismuis kunnen gedood worden door het gif. Gif is ook voor huisdieren erg gevaarlijk.
    • Dieren die vergiftigde muizen opeten, lopen ook risico te overlijden aan het gif. Met name roofvogels zijn er erg gevoelig voor.
    • Dieren die overlijden aan gif sterven vaak een langzame en pijnlijke dood.
    • Gif komt in ons milieu terecht waardoor bijvoorbeeld grondwater wordt aangetast.
    • Dieren die doodgaan door gif kruipen weg op een veilige plek en kunnen daar gaan stinken (ook als er op de verpakking staat dat de dieren uitdrogen). 
    • Bij bestrijding met gif kunt u niet bijhouden hoeveel muizen u doodt en heeft u minder zicht op het verloop van de bestrijding.

    Bestrijding met klemmen:

    • Klemmen zijn te krijgen bij bijvoorbeeld Intratuin en Aveve, maar zijn ook online te bestellen. De plastic zwarte klemmen werken over het algemeen goed.
    • Plaats meerdere klemmen op plekken waar de muizen vaker lopen. Let op waar uitwerpselen liggen of knaagsporen te zien zijn. Plaats een klem het liefst langs een muur, in elk geval niet midden in een ruimte.
    • Plaats de klemmen eerst ongespannen met twee verschillende soorten lokaas (bijvoorbeeld pindakaas en hazelnootpasta). Kijk wanneer en aan welke klemmen er wordt gegeten. Plaats vervolgens op deze plek klemmen met het lokaas dat gegeten wordt en zet ze nu op spanning.
    • Het kan een tijdje duren voordat de muizen echt de koppeling leggen tussen klem en voedsel; de aanhouder wint.
    • Zorg ervoor dat de muizen geen ander voedsel vinden, zodat ze afhankelijk zijn van het voedsel in de klemmen.
    • Dode muizen (door klemmen) mogen afgevoerd worden bij het restafval.

    Levend vangen en uitzetten:

    • Huismuizen kunnen ook gevangen worden in een vangkooitje en vervolgens (op voldoende afstand van bebouwing) vrijgelaten worden. Dit lijkt een diervriendelijkere methode, maar levend vangen veroorzaakt veel stress en de kans dat de huismuis buiten zijn eigen omgeving (en zonder familie) overleeft is klein.
    • Voor de plaatsing van vangkooitjes gelden dezelfde tips als voor het plaatsen van klemmen.
    • Om dierenleed te voorkomen is het belangrijk dat een gevangen muis zo snel mogelijk wordt vrijgelaten. Het levend vangen veroorzaakt veel stress. 
    • Zorg voor voldoende voedsel en water in de vangkooi om stress te voorkomen.
    • Laat de huismuis minimaal 1 km van uw woning vrij, buiten de bebouwde kom.

    Bestrijding met gif (lees eerst goed de nadelen van een bestrijding met gif):

    • Lees altijd eerst de gebruiksaanwijzing die bij het gif geleverd wordt en pas het gif alleen toe volgens de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing.
    • Plaats gif op de plekken waar muizen het meeste gezien worden. Plaats eventueel meerdere doosjes op de looproutes.
    • Houd er rekening mee dat het effect van gif even op zich kan laten wachten.
    • Zorg ervoor dat de muizen geen ander voedsel vinden. Ander voedsel zorgt ervoor dat de muizen het gif niet eten.
    • U kunt muizen- en rattengif in een afgesloten, bij voorkeur originele verpakking (voorzien van etiket) kosteloos bij de milieuparken inleveren. 
    • Ook door gif gedode huismuizen kunt u in een afgesloten zakje inleveren bij de milieuparken..

    Wees voorzichtig met kleine kinderen en huisdieren. Plaats klemmen en gif indien mogelijk buiten hun bereik.

  • De vos trekt steeds meer de stad in. In heel Maastricht komen vossen voor. Niet alleen in de buitenwijken, maar ook in het stadspark. Geen reden tot zorg, maar houd wel afstand. De vos kan ons helpen, omdat hij muizen, ratten en duiven vangt.

    Wat doet de gemeente?

    De gemeente doet niets aan vossen. Ze worden niet weggevangen, verplaatst of gedood. Ziet u regelmatig een vos in uw tuin of heeft u het idee dat er een vossenhol in uw tuin zit? Dan kunt u dit melden bij de gemeente en neemt de medewerker faunabeheer contact met u op om advies te geven.

    Ongevaarlijk

    Vossen zijn vooral ’s nachts actief, dus zien we ze niet zo vaak. Loop je er toch een tegen het lijf? Houd dan afstand en geef de vos de ruimte, zodat hij rustig verder kan lopen. In theorie kunnen vossen hondsdolheid overbrengen, maar daarvoor moet je gebeten worden. Dat doet een vos alleen in uiterste nood, bijvoorbeeld als hij zich bedreigd voelt en niet kan vluchten.

    Vossenlintworm

    Vossen kunnen gastheer zijn voor de vossenlintworm. Mensen kunnen hiermee besmet worden, doordat ze de eitjes van de vossenlintworm (die in de ontlasting van de vos zitten) binnen krijgen. Ook via de ontlasting van besmette honden en (in mindere mate) katten kunnen de eitjes in de omgeving terecht komen. Door bijvoorbeeld tuinieren komt de mens in contact met de besmette aarde en kunnen de eitjes worden overgebracht.  Met onderstaande tips, voorkom je besmetting:

    • Eet geen rauwe bessen, paddenstoelen of andere groenten en fruit van de grond;
    • Tuinier met handschoenen;
    • Raak (dode) vossen niet aan;
    • Was altijd goed je handen als je buiten bent geweest. Vossen leven overal, dus hun uitwerpselen en urine kunnen overal liggen.

    Overlast voorkomen:

    • Houd je hond aan de lijn;
    • Sluit ’s nachts je kippenren of een buitenvolière goed af en houd jonge katten binnen;
    • Niet voeren! Want zo maak je hem juist afhankelijk van mensen(voer) en lok je hem. Omdat vossen nieuwsgierig zijn kunnen ze op den duur aan mensen wennen. En daar help je de vos echt niet mee.
    • Doe geen etensresten in uw restzak. Alle etensresten mogen in de groene bak (GFT+E). Zo zijn restzakken minder aantrekkelijk voor vossen en voorkomt u dat ze worden opengescheurd;
    • Zie je een gewonde of duidelijk zieke of verzwakte vos, raak hem dan niet aan, maar bel de dierenambulance Limburg: (088) 811 35 10. Heb je de vos toch aangeraakt, was dan zo snel mogelijk je handen en kleren.
  • Regelmatig komen er meldingen binnen van overlast van katten. Het is dan belangrijk te achterhalen of het om katten gaat met een eigenaar of om zwerfkatten.

    Wat doet de gemeente?

    Zwerfkatten

    Gemeente Maastricht heeft een overeenkomst met de Dierenbescherming Limburg voor het wegvangen en onderbrengen van zwerfkatten. Als u overlast ervaart van zwerfkatten, kunt u contact opnemen met de Dierenbescherming via het telefoonnummer 088 811 35 10. De Dierenbescherming probeert de katten weg te vangen en neemt ze mee naar het Dierenwelzijnscentrum in Born. Vervolgens worden katten gesteriliseerd, gechipt en wordt bekeken of ze gesocialiseerd en geplaatst kunnen worden. Is dat niet het geval, dan worden de gesteriliseerde katten teruggeplaatst op de plek waar ze zijn weg gevangen. Voor meer informatie over zwerfkatten, zie de website van de Dierenbescherming.

    Katten met een eigenaar

    Katten zijn, anders dan honden, minder afhankelijk van hun eigenaar en veel katten leven een ‘vrijer’ bestaan. Dat is voor katteneigenaren vaak moeilijk te beïnvloeden. Heeft u overlast van katten waarvan de eigenaar bekend is, dan is het gesprek aangaan en uw overlast bespreken een eerste stap. Een andere mogelijkheid is het plaatsen van een apparaatje dat ultrasoon geluid maakt, maar hiermee hou je ook andere dieren op afstand. Daarnaast zijn er talloze andere tips te vinden om je tuin minder aantrekkelijk te maken voor katten.

Kennis- en adviescentrum dierplagen

Wilt u meer weten over dierplagen, ga dan voor meer informatie naar de kennisbank van het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen. 

Overlast

Ervaart u overlast van plaagdieren? Dan kunt u dat bij ons melden